Centrum voor muziekonderwijs, kennis en cultuur

Het gebouwencomplex van het “Koninklijk Conservatorium Brussel / Conservatoire royal de Bruxelles” speelt tot op vandaag een prominente rol in het Brusselse en nationale muziekleven, mede dankzij de schitterende concertzaal. In eerste instantie verleent het onderdak aan de activiteiten van de beide onderwijsinstellingen. Ook internationaal kent het om wille van zijn rijke artistieke verleden een grote weerklank.

Musici als Eugène Ysaÿe, Henrik Wieniawski, Arthur Grumiaux, Arthur De Greef, DésiréDefauw en vele anderen gaven aan de concertzaal een internationale uitstraling en een muziekhistorisch belangrijk karakter.

Een ander cruciaal element dat aan de concertzaal haar bijzondere glans verleent, is het unieke orgel van de hand van Cavaillé-Coll. Een instrument dat wereldwijd bekend staat als een waardevol, muzikaal en kunsthistorisch erfgoed.

Al sedert 1832 werkt het Brusselse conservatorium aan de uitbouw van een muziekbibliotheek. De huidige collectie bevat heel wat zeldzame en unieke stukken. Het is wenselijk dat de huidige infrastructuur aangepast wordt, zodat de bibliotheek haar maatschappelijke relevantie naar behoren kan realiseren: optimale bewaarcondities in combinatie met professioneel uitgeruste publieksvoorzieningen.

 

Vergane glorie

Al draagt vergane glorie een zekere schoonheid in zich, het aanzicht van het Conservatoriumcomplex ondermijnt vandaag in grote mate de unieke splendeur van de omgeving, één van de mooiste historische centra en een kloppend hart in Brussel.

Het gebouw toont zich als gescheurde gevels met vervuilde stenen en gebarsten ramen, de fraaie frontons en statige standbeelden werden door ieders oog verlaten.

De buitenkant verraadt verval, maar reveleert nog lang niet de verre staat van verkommering die binnen heerst. Zolders werden er duiventillen, traphallen staan op instorten, muren dreigen te verrotten. Ook de schitterende concertzaal in Second-Empirestijl, die tot op heden de grootste musici ontvangt, is verworden tot een afgeleefde ruimte met weinig aantrekkelijke voorzieningen voor zowel het publiek als de artiesten.

Wie wenst echter niet het gebouw zijn oorspronkelijke glorie terug te geven en zo opnieuw bekoord te worden door de fraaie aanblik van dit sublieme monument?

 

Een architecturaal meesterwerk

Het gebouwencomplex “Koninklijk Conservatorium Brussel / Conservatoire royal de Bruxelles”, opgericht in 1876 maar voor velen nog onbekend, is een pareltje onder het Belgische erfgoed. Dit geklasseerde monument is van internationaal belang door zijn unieke architectuurhistorische waarde: als laatste werk van Jean-Pierre Cluysenaar vormt het een belangrijke bron voor de kennis en de interpretatie van zijn architecturaal oeuvre. Bovendien is het Conservatorium samen met de Sint-Hubertusgalerijen één van de zeldzame nog bewaarde realisaties van de architect. Stilistisch vormt het gebouw een markante schakel in de ontwikkeling van het eclecticisme.

De stedenbouwkundige waarde van het complex wordt geleverd door de centrale ligging en de markante scenografie van de omgeving: de Regentschapsstraat als belangrijke stedelijke as vormt de verbinding tussen het Justitiepaleis en het Koningsplein en wordt halfweg gesierd door de Zavelkerk en het park van de Kleine Zavel. Ook het Egmontpaleis en de Synagoge, het Rekenhof en de Koninklijk Musea voor Schone Kunsten van België zijn hier gelegen. Deze elementen samen verlenen aan de historisch geladen omgeving haar aantrekkingskracht en esthetische charme die zowel inwoners als toeristen zal blijven bekoren.